Garmin

Waarschuwingsfuncties

Alle waarschuwingsfuncties worden uitvoerig getest door onze technici, zowel in het laboratorium als op de weg, om uw veiligheid tijdens het rijden zo goed mogelijk te garanderen. In bepaalde omstandigheden kan het echter voorkomen dat de functies niet naar behoren werken.

Waarschuwingen voor kop-staartbotsing

De functie Waarschuwingen voor kop-staartbotsing is actief bij een rijsnelheid van meer dan 48 km/u (30 mph). Voor een juiste werking van de functie Waarschuwingen voor kop-staartbotsing moet de camera naar voren zijn gericht op ongeveer het midden van uw rijbaan en de lijn van de horizon. Uw toestel kan de weg dan detecteren, waardoor de functie wordt geactiveerd.

Onder bepaalde omstandigheden werkt de functie Waarschuwingen voor kop-staartbotsing mogelijk niet correct:

  • Objecten, reflecties, regen, sneeuw, mist of een bevroren voorruit kunnen het zicht van de camera belemmeren
  • Zware schaduwen op het wegdek of beschadigingen van de asfalt/betonlaag
  • Onjuiste of ontbrekende belijning als gevolg van slijtage of wegwerkzaamheden
  • Reflectie van koplampen en achterlichten door de zon of andere elementen
  • Verkeerd gerichte camera, waardoor het waarschuwingssysteem niet of verkeerd werkt
  • Door sneeuw, regen, mist, vuil, zand, zout enz. aan het zicht onttrokken wegbelijning
  • Obstakels op de weg die de belijning aan het zicht onttrekken
  • Duisternis of schemering

Waarschuwingen voor wisselen van rijbaan

De functie Waarschuwingen voor wisselen van rijbaan is actief bij een rijsnelheid van meer dan 64 km/u (40 mph). Voor een juiste werking van de functie Waarschuwingen voor wisselen van rijbaan moet de camera naar voren zijn gericht op ongeveer het midden van uw rijbaan en de lijn van de horizon. Uw toestel kan de weg dan detecteren, waardoor de functie wordt geactiveerd.

Onder bepaalde omstandigheden werkt de functie Waarschuwingen voor wisselen van rijbaan mogelijk niet correct:

  • Objecten, reflecties, regen, sneeuw, mist of een bevroren voorruit kunnen het zicht van de camera belemmeren
  • Zware schaduwen op het wegdek of beschadigingen van de asfalt/betonlaag
  • Onjuiste of ontbrekende belijning als gevolg van slijtage of wegwerkzaamheden
  • Reflectie van koplampen en achterlichten door de zon of andere elementen
  • Verkeerd gerichte camera, waardoor het waarschuwingssysteem niet of foutief werkt
  • Door sneeuw, regen, mist, vuil, zand, zout enz. aan het zicht onttrokken wegbelijning
  • Obstakels op de weg die de belijning aan het zicht onttrekken
  • Extreem smalle, brede of kronkelige wegen
  • Bepaalde typen wegen, zoals op- en afritten en invoegende rijbanen